
99
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor
gevorderden
Basishandelingen
van de camera
Auto-modus/Modus
Hybride automatisch
Andere
opnamemodi
P-modus
Afspeelmodus
Wi-Fi-functies
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor
gevorderden
Basishandelingen
van de camera
Auto-modus/Modus
Hybride automatisch
Andere
opnamemodi
P-modus
Afspeelmodus
Wi-Fi-functies
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
Verbinding maken zonder een
toegangspunt
Wanneer u via Wi-Fi verbinding maakt met een smartphone of printer
kunt u of de camera als een toegangspunt (modus Cameratoegangspunt)
gebruiken in plaats van een ander toegangspunt te gebruiken.
Op vergelijkbare wijze wordt er geen toegangspunt gebruikt voor
verbindingen van camera naar camera (=
101).
1 Open het Wi-Fi-menu (=
93).
2 Kies het doelapparaat.
Druk op de knoppen <o><p><q><r>
om het doelapparaat te selecteren en
druk vervolgens op de knop <m>.
Om verbinding te maken met een
smartphone kiest u [{].
Om verbinding te maken met een printer
kiest u [2].
3 Kies [Apparaat toevoegen].
Druk op de knoppen <o><p> om
[Apparaat toevoegen] te kiezen en druk
op de knop <m>.
De SSID van de camera wordt
weergegeven.
4 Sluit het doelapparaat aan op
het netwerk.
Kies in het menu met Wi-Fi-instellingen
van de smartphone of printer de SSID
(netwerknaam) die op de camera wordt
weergegeven om verbinding te maken.
5 Voor verbinding met een
smartphone:
Start CameraWindow.
Op een Android smartphone met NFC-
functionaliteit (OS-versie 4.0 of later)
wordt CameraWindow gestart op de
smartphone als u NFC activeert en
de smartphone tegen de N-Mark
(
, =
90) van de camera houdt.
Voor andere smartphones start u
CameraWindow op de smartphone.
De eerste keer dat CameraWindow wordt
geopend, moet u voor de smartphone
een bijnaam registreren die op de camera
wordt weergegeven.
Nadat de smartphone op de camera is
herkend, wordt het verbindingsscherm op
de camera weergegeven.
Comments to this Manuals