
85
Problemen oplossen
Het beeld is wazig of onscherp.
De camera beweegt
wanneer de ontspanknop
wordt ingedrukt.
z Bevestig de procedures in '
verschijnt' (p. 83).
Het AF-hulplicht is
ingesteld op [Uit].
z In donkere omgevingen die
ongunstig
zijn voor het automatisch
scherpstellen
van de camera, wordt
het AF-hulplicht geactiveerd om het
scherpstellen te vergemakkelijken.
Het AF-hulplicht werkt niet wanneer
het is uitgeschakeld. U moet het
daarom inschakelen [Aan] om het
te activeren (p. 21). Zorg ervoor dat
u het AF-hulplicht niet afdekt met uw
hand wanneer het wordt gebruikt.
Het onderwerp valt
buiten het focusbereik.
z Maak een opname op de
juiste scherpstelafstand van
het onderwerp (p. 109).
Het onderwerp laat zich
moeilijk scherpstellen.
z Gebruik de focusvergrendeling
of [AF lock] om de opname te
maken (p. 42).
Het onderwerp van de opname is te donker.
Er is niet
voldoende licht.
z Stel de flitser in op (Flits aan)
(Verkorte handleiding p. 14).
Het onderwerp is
onderbelicht omdat de
omgeving te licht is.
z Stel de belichtingscompensatie in
op een positieve waarde (+) (p. 46).
z Gebruik [AE lock]
(belichtingsvergrendeling) of de
spotmetingsfunctie (pp. 44, 46).
Het onderwerp valt
buiten het bereik van
de flitser.
z
Zorg er bij het gebruik van
de ingebouwde flitser voor dat
u de opname maakt op de juiste
flitsafstand van het onderwerp (p. 110).
z Verhoog de ISO-waarde voordat
u de opname maakt (p. 54).
Comments to this Manuals