
106 7. Afspelen - geavanceerde functies
1
Open het menu Diashow (p. 104).
2
Selecteer
[Programma] met de
pijl S of T en
selecteer [Show 1],
[Show 2] of [Show 3]
met de pijl W of X.
z Er wordt een vinkje (3) weergegeven naast een
presentatie die al beelden bevat.
3
Kies [Selectie] met de pijl S, T, W of X
en druk op de knop SET.
4
Markeer de beelden die u in de
presentatie wilt opnemen.
Enkelvoudige weergave
z Bekijk de beelden met de
pijl W of X en markeer of
verwijder markeringen
van beelden met de pijl S
of T.
z Onder de geselecteerde beelden worden het
selectienummer en een vinkje (3) weergegeven.
Indexweergave
z Druk de zoomknop in de
richting van om druk
op de knop om de
indexweergave (3
beelden) te activeren.
z Selecteer een beeld met
de pijl W of X en markeer
of verwijder markeringen van beelden met de pijl
S of T.
z Onder de geselecteerde beelden worden het
selectienummer en een vinkje (3) weergegeven.
z Wanneer u op de knop SET hebt gedrukt, kunt u alle
beelden selecteren door [Markeer alles] te selecteren
met de pijl S of T en nogmaals op de knop SET te
drukken. U kunt de selectie van alle beelden ongedaan
maken door [Wis alles] te selecteren.
z U kunt beelden selecteren met de pijl W of X en de
instellingen wijzigen met de pijl S of T wanneer u
[Markeer alles] of [Wis alles] hebt geselecteerd.
5
Druk op de knop MENU.
z Het selectiescherm wordt gesloten.
Comments to this Manuals