
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor
gevorderden
Basishandelingen
van de camera
Auto-modus/Modus
Hybride automatisch
Andere
opnamemodi
P-modus
Tv-, Av- en
M-modus
Afspeelmodus
Wi-Fi-functies
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
55
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor
gevorderden
Basishandelingen
van de camera
Auto-modus/Modus
Hybride automatisch
Andere
opnamemodi
P-modus
Tv-, Av- en
M-modus
Afspeelmodus
Wi-Fi-functies
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
• In de modus [ ] kunnen de beelden korrelig lijken omdat de ISO-waarde
(=
71) wordt verhoogd om bij de opnameomstandigheden te passen.
• Zie “Opnamebereik” (=
190) voor meer informatie over het opnamebereik
in de modus [
].
• Na het maken van continu-opnamen kan een vertraging optreden voordat
u opnieuw opnamen kunt maken. Door sommige typen geheugenkaarten
kan er zelfs een nog grotere vertraging optreden voor uw volgende opname.
U kunt het beste SD Speed Class 6-geheugenkaarten of hoger gebruiken.
• Afhankelijk van de opnameomstandigheden, de camera-instellingen en de
zoompositie kan de opnamesnelheid afnemen.
Beeldenweergeventijdenshetafspelen
Elke set met doorlopende beelden wordt behandeld als één groep, en
alleen het eerste beeld dat is opgenomen in de groep wordt weergegeven.
Om aan te geven dat het beeld onderdeel is van een groep, wordt [ ]
weergegeven linksboven in het scherm.
• Als u een gegroepeerd beeld wist (=
101), worden alle andere
beelden in de groep ook gewist. Pas op bij het wissen van beelden.
• Gegroepeerde beelden kunnen afzonderlijk (=
94) en niet-gegroepeerd
(=
94) worden afgespeeld.
• Als u een gegroepeerd beeld beveiligt (=
98), worden alle beelden in de
groep beveiligd.
• Als u gegroepeerde beelden afspeelt met Beeld zoeken (=
93) of
Smart Shufe (=
97), kunnen beelden afzonderlijk worden bekeken.
In dit geval worden beelden tijdelijk niet gegroepeerd.
• De volgende acties zijn niet beschikbaar voor gegroepeerde beelden:
gezichts-ID-gegevens bewerken (=
95), vergroten (=
96), draaien
(=
104), als favoriet markeren (=
105), bewerken (=
106–110),
afdrukken (=
163), aan de printlijst toevoegen (=
167) of aan een
fotoboek toevoegen (=
169). Speel de gegroepeerde beelden afzonderlijk
af (=
94) of annuleer de groepering (=
94) om deze bewerkingen uit
te voeren.
Specieke scènes
Kies een modus die past bij de opnamelocatie en de camera maakt
automatisch de instellingen voor optimale foto’s.
1 Opendemodus[K].
Stel het programmakeuzewiel in op [K].
2 Selecteereenopnamemodus.
Druk op de knop <m>, kies [I] in
het menu en kies een opnamemodus
(=
23).
3 Maakdeopname.
Foto’s Films
IPortretopnamenmaken(Portret)
Mensen fotograferen met een
verzachtend effect.
Comments to this Manuals