
Verschillende opnamemethoden
125
Zie Functies beschikbaar in elke opnamemodus (p. 229).
Uw camera is uitgerust met een intelligente sensor die de stand van
een beeld herkent wanneer u de camera verticaal houdt. Het beeld
wordt automatisch naar de juiste stand gedraaid wanneer u het op
het LCD-scherm bekijkt.
De functie Beeldomkeren instellen
1
Selecteer [Beeldomkeren]
1. Druk op de knop .
2. gebruik de knop of om
het menu [ ] te selecteren.
3. Gebruik de knop of om
[Beeldomkeren] te selecteren.
2
Accepteer de instelling.
1. Gebruik de knop of om [Aan]
of [Uit] te selecteren.
2. Druk op de knop .
• Wanneer de functie Beeldomkeren
is ingesteld op [Aan] en het LCD-
scherm is ingesteld op de
detailweergavemethode, wordt (normaal), (rechts
is onder) or (links is onder) op het scherm weergegeven.
z
Wanneer de camera recht omhoog of recht omlaag wijst, werkt
deze functie mogelijk niet naar behoren. Controleer of de pijl
in de juiste richting wijst. Als dat niet zo is, stelt u de functie
[Beeldomkeren] in op [Uit].
z Zelfs als de functie [Beeldomkeren] is ingesteld op [Aan],
is de stand van beelden die naar een computer zijn
gedownload afhankelijk van de software die daarbij
is gebruikt.
Comments to this Manuals