
Overzicht van de onderdelen
45
De lampjes op de achterkant van de camera branden of knipperen
in de volgende situaties.
Lampje rechts
Lampje links
De camera is uitgerust met een spaarstand. In de volgende gevallen wordt
de camera uitgeschakeld. Druk op de ON/OFF-knop om de camera weer
in te schakelen.
* Deze tijdsduur kan worden gewijzigd.
Lampjes
Groen: Gereed voor opname (camera piept twee keer)
Knippert groen: Time Lapse (film) opnemen/beelden opnemen/lezen/
wissen/verzenden (als de camera op een computer/
printer is aangesloten)
Oranje: Gereed voor opname (flitser aan)
Knippert oranje:
Gereed voor opname (waarschuwing voor camerabeweging)
Geel: Macromodus/Oneindige modus/modus AF lock
Knippert geel:
Problemen bij scherpstellen (camera geeft één pieptoon).
Wanneer het lampje groen knippert, mag u de volgende
handelingen nooit uitvoeren. Deze handelingen kunnen leiden
tot beschadiging van de beeldgegevens.
- Schud niet met de camera en stel deze niet bloot
aan schokken of stoten.
- Schakel de camera niet uit en open het klepje van
de geheugenkaart/batterijhouder niet.
Energiebesparing
Opnamemodus Ongeveer drie minuten nadat er voor het laatst
een camerafunctie is gebruikt, wordt de camera
uitgeschakeld. Eén minuut* nadat er voor het laatst
een camerafunctie is gebruikt, wordt het LCD-scherm
automatisch uitgeschakeld, zelfs als [Automatisch
Uit] is ingesteld op [Uit]. Druk op een andere knop
dan de ON/OFF-knop of wijzig de stand van de
camera om het LCD-scherm weer in te schakelen.
Weergavemodus
Aangesloten op
een printer
Ongeveer vijf minuten nadat er voor het laatst
een camerafunctie is gebruikt, wordt de camera
uitgeschakeld.
z De spaarstand wordt niet ingeschakeld bij een diashow
of wanneer de camera is aangesloten op een computer.
z U kunt de instellingen voor de spaarstand wijzigen (p. 51).
Comments to this Manuals