
De ingebouwde flitser gebruiken (vervolg)
66
Langzame synchronisatie instellen
U kunt de flitser gebruiken als u opnamen met een lange sluitertijd
maakt. Op die manier worden donkere achtergronden lichter
weergegeven bij opnamen 's nachts of binnenshuis met kunstlicht.
Keuzewiel
1
Zet in het menu [ (Opname)] de optie [Slow sync] [Aan].
z Wanneer u de ingebouwde flitser gebruikt bij een opname met
een hoge ISO-waarde, wordt de kans op overbelichting groter
als u dichter bij het onderwerp gaat staan.
z De flitser wordt geactiveerd met automatische instellingen
wanneer [Flits instel.] op [Automatisch] is ingesteld in het menu
Opname. Als u opnamen maakt in de modus M of als [Flits
instel.] is ingesteld op [Handmatig], wordt de flitser geactiveerd
met de handmatige instellingen.
z Wanneer [Flist instel.] is ingesteld op [Automatisch], wordt de
flitser twee keer na elkaar geactiveerd. Er wordt eerst een
proefflits gemaakt, gevolgd door de hoofdflits. Met de proefflits
worden de belichtingsgegevens van het onderwerp bepaald,
zodat de echte flits optimaal kan worden ingesteld voor de
opname.
z De kortste sluitertijd voor flitsersynchronisatie is 1/250 seconde.
Als er een kortere tijd wordt geselecteerd, wordt de sluitertijd
automatisch ingesteld op 1/250 seconde.
z U kunt geen opnamen maken terwijl de flitser wordt opgeladen.
z Het kan soms wel 10 seconden duren voordat de flitser is
geladen. De werkelijke tijd is afhankelijk van het gebruik en de
status van de batterij.
z De instellingen voor flitserbelichting en de lichtsterkte van de
flitser kunt u wijzigen (p. 109).
z Wanneer u opnamen maakt met de optie [Slow sync] [Aan], kan
het bewegen van de camera een probleem worden. We raden u
aan een statief te gebruiken.
z De flitsinstellingen worden opgeslagen wanneer de camera
wordt uitgeschakeld in de opnamemodi P, Tv, Av en M.
Comments to this Manuals