
61
Bediening Een beeld projecteren
Stap 6
De beeldkwaliteit selecteren (beeldmodus)
U kunt een beeldmodus selecteren die geschikt is voor het beeld dat moet worden
geprojecteerd.
In elke beeldmodus kunt u helderheid, contrast, scherpte, gamma, kleurinstelling,
geavanceerde instellingen en lampmodus verder instellen. (P89)
Beeldmodi
Welke beeldmodi beschikbaar zijn, wordt deels bepaald door het geselecteerde
ingangssignaal en de instelling voor [HDMI In] (P114) ([Automatisch] of
[Computer]).
Beeldmodus
Compatibele ingangssignalen
• Digital PC
• Analog PC-1/2
• HDMI (als
[HDMI In] op
[Computer]
staat)
•LAN
•USB
• Component
• HDMI
(wanneer
[HDMI In] op
[Automatisch]
staat)
Standaard
(1) Helder
(2) Computerschermen of media die worden
afgespeeld met videosoftware
(3) Wittinten en natuurlijke kleuren
Presentatie
(1) Helder
(2) Beelden die voornamelijk uit tekst bestaan
(3) Helder scherm
Dynamisch
(1) Helder
(2) Media die worden afgespeeld via
videosoftware
(3) Helder scherm
Levendig
Foto
(1) Enigszins donker
(2) Digitale foto’s
(3) Levendige kleuren
Foto/sRGB
(1) Enigszins donker
(2) Digitale foto’s van sRGB-compatibele
camera’s
(3) Voldoet aan de sRGB-standaard
Video
(1) Enigszins donker
(2) Videobeelden van camcorders
(3) Benadert de kleurruimte van tv’s
Bioscoop
(1) Donker
(2) Films
(3) Speciaal ontworpen voor films
Gebruiker
1 – 5
In totaal 5 gebruiker-geselecteerde
combinaties van beeldkwaliteitinstellingen
kunnen in het geheugen worden opgeslagen
(P90). Opgeslagen instellingen kunnen als een
beeldmodus geselecteerd worden.
: Compatibel : Niet compatibel
Verklaring
(1) Omgevingslicht in projectieruimte
(2) Type beelden
(3) Goed voor
Comments to this Manuals