
123
U kunt de belichting vergrendelen of wijzigen met stappen van 1/3 in een
bereik van ±2 voordat u een opname maakt.
Stel scherp.
● Druk de sluiterknop half in om scherp
te stellen.
Vergrendel de belichting.
● Nadat u de sluiterknop hebt losgelaten,
drukt u op de knop ¤ om de belichting
te vergrendelen. De belichtingsschuifbalk
verschijnt.
● Druk nogmaals op de knop ¤ om de
vergrendeling op te heffen.
Wijzig de belichting.
● Kijk naar het scherm en draai aan de
controleknop Ê om de belichting aan
te passen.
Maak de opname.
Het windfilter onderdrukt lawaai als er harde wind is. Er kan echter een
onnatuurlijk geluid klinken als het windfilter wordt gebruikt voor opnamen
waarbij geen wind aanwezig is.
● Druk op de knop n en selecteer
[Wind Filter] op het tabblad 4. Druk
vervolgens op de knoppen qr om [Aan]
te selecteren.
AE-vergrendeling/belichting
Het windfilter gebruiken
Comments to this Manuals