
57
Veelgebruikte functies voor
opnamen
Dit hoofdstuk beschrijft het maken van opnamen in speciale
omstandigheden en het gebruik van basisfuncties, zoals de
zelfontspanner en het uitschakelen van de flitser.
• In dit hoofdstuk wordt verondersteld dat de camera is ingesteld op
de modus A voor de gedeelten 'De flitser uitzetten' (p. 58) t/m
'De zelfontspanner gebruiken' (p. 58). Wanneer u opnamen maakt
in een andere modus dan A, controleert u welke functies beschikbaar
zijn in die modus (pp. 202 – 205).
• In de gedeelten 'Opnamen maken bij weinig licht (Weinig licht)' (p. 63)
t/m 'Opnamen maken die lijken op een miniatuurmodel (Miniatuureffect)'
(p. 76) wordt aangenomen dat de bijbehorende modus is geselecteerd.
3
Comments to this Manuals